Sander

Lied 77 EN 133

 

De Meezingbende heeft zijn plek in ’t Monumentje moeten veroveren en nu staat het als een huis. Sander neemt ons mee naar het ontstaan van de meezingavonden én vertelt waarom hij ze nog steeds erg waardeert.

’t Monumentje, ik kom er al een jaar of veertig. Vanaf de dag dat ik als 16-jarige in een souterrain op de Bloemgracht ben neergestreken. Het was toen een heel ander soort kroeg. Donker, groezelig en veel drank & dr…opjes.  Amsterdam was in die tijd sowieso een stuk ruiger. De Jordaan was in verval, met balken ondersteund en dichtgespijkerd. Wethouder Jan Schaefer wilde het liefst de hele buurt platgooien, maar gelukkig ging dat de gemeente te ver. Vanaf die tijd zijn veel pandjes opgeknapt en is de Jordaan geworden tot wat het nu is, keurig opgepoetst en bijna een openluchtmuseum.

 

Meezingen in ’t Monumentje is begonnen met Chris en Jos. Twee hippies met een gitaar en een trekzak die Hollandse liedjes speelden en wilde dat iedereen mee ging zingen. Jos vertrok en Chris bleef. Hij haalde er nieuwe bandleden die soms ook weer vertrokken. Maar dat doet niks af aan dit verhaal. In iedere samenstelling is De Meezingbende onverminderd populair gebleven.

 

Ik kwam dus al vaker in ’t Monumentje en was er ook op het moment dat die twee gasten daar op maandagavond begonnen te spelen. Ze hebben hun plek daar echt moeten veroveren. De stamgasten maakte in die tijd de dienst uit in ‘hun’ café. In het begin bleven de tafels en stoelen ook gewoon staan. Dan zaten Chris en Jos achter de grote tafel terwijl de stamgasten aan diezelfde tafel nog bezig waren met hun competitiewedstrijd backgammon. Ze zongen soms wel mee, maar de meeste waren geen echte meezingfans. Toen het meezingen steeds populairder werd, voelden sommige stamgasten zich in het nauw gedrongen. Hierdoor gebeurde het soms dat ze expres harder gingen praten en met hun dobbelbekers gingen rammelen. Jos kon dan geweldig uit z’n slof schieten en dan kwam Harry achter de bar vandaan om de boel te sussen. Veel commotie, maar altijd met een goede afloop. Na verloop van tijd kregen de meezingers de overhand en vanaf dat moment was ’t Monumentje de eerste maandag van de maand van de De Meezingbende.

 

Vanaf het begin is het een succesverhaal geweest. Jaar in jaar uit, altijd volle bak. Soms werd het iets rustiger maar dan leek het wel of er een blik nieuwe zangers werd opengetrokken en stroomde de kroeg weer vol. De opbouw van zo’n avond vind ik ook altijd zo mooi. Het eerste uur is het altijd nog een beetje rommelig en onwennig. Het tweede uur komt iedereen los en gaat de volumeknop omhoog. En het laatste uur dat eindigt met Ramses Shaffy’s Zing, vecht, huil, bid op orkaankracht.

 

Net als iedere meezinger heb ik m’n favoriete liedjes. Maar het meest houd ik van liedjes met teksten van Lennaert Nijgh. Hij heeft veel teksten geschreven voor Boudewijn de Groot en Ramses Shaffy en zijn teksten zijn zeer herkenbaar. Het zijn allemaal sprookjes. Zoals het liedje Eva van Boudewijn de Groot. ‘Ik houd de wereld in mijn hand. Het glazen ei vol land en wolken’. Een prachtig sprookje van waarin hij zich een soort God voelt, boven alles en iedereen verheven. Het doet mij denken mij aan m’n kinderjaren. De bravoure en het gevoel dat ik toen had de hele wereld aan te kunnen. Met m’n borst vooruit en nergens bang voor! Dat gevoel wekt dat nummer bij me op.

Ik heb ook veel fijne herinneringen aan de meezingavonden. De mooiste is wel dat ik er de moeder van mijn kind heb ontmoet. Ik heb er ook veel leuke mensen ontmoet en nieuwe vrienden gemaakt. Ik ga trouwens het liefst alleen naar de meezingavonden. Dan hoef ik met niemand rekening te houden en babbel ik met iedereen.

 

Nog één anekdote over het liedje ‘Zing, vecht, huil, bid’, waar we de avond altijd mee afsluiten. Een goede vriendin van me die ook altijd kwam zingen nam een keer een vriendin mee. Zoals de meeste van jullie weten eindigt het refrein van dit lied met ‘Maar niet zonder ons’. Ik had altijd de gewoonte om dan te zingen ‘Maar niet zonder mij”. Gewoon, om een beetje te stangen. Mijn vriendin vond dat altijd zwaar irritant. Wat voor mij weer een goede reden was om het nog harder te zingen. De dame die dit keer was meegekomen bleek liefdesverdriet te hebben. Want toen het refrein werd ingezet hoorde ik haar zingen ‘Maar niet zonder hem”. Dat vond ik zo mooi! Hetzelfde liedje, en drie mensen met ieder een eigen interpretatie. Mijn vriendin die het zong zoals het bedoeld was, haar vriendin bij wie het verlies van haar partner kennelijk nog hoog zat, en ikzelf vanuit mijn eigen minderwaardigheidscomplex.

 

De Meezingbende, nu al bijna 25 jaar een begrip in de Jordaan. Ze hebben letterlijk en figuurlijk hun plekje moeten veroveren. Maar nu staat het als een huis. De mannen hebben zo langzamerhand een soort cultpopheldenstatus gekregen. Volle zalen en open doekjes. Dit gaat nooit verloren.